G.J.B. Hilterman (1974)
By Bokar on Apr 11, 2011 in islam
Israël temidden van de Arabieren
8 – Het Palestijnse vluchtelingenprobleem
Het is er heden ten dage (schrijft Hiltermann in 1974) niet eenvoudiger op geworden aanvaardbare schikkingen te treffen voor de niet-Joodsen van Palestina, in het bijzonder voor de vluchtelingen. Dat probleem is inmiddels door mythevorming overwoekerd. Laat mij beginnen vast te stellen dat een aantal Arabieren al vóór 1947 waren begonnen het mandaatgebied te verlaten. Daar behoorden de grootgrondbezitters en welgestelden toe. De Arabische wereld was toen, is dat trouwens voor een groot deel nog steeds, zeer elitair en kapitalistisch van structuur. Velen die bevreesd waren voor wat stond te gebeuren als Engeland het Mandaat afstond, namen de wijk, daar door niemand toe te zijn aangespoord. Deze exodus zwol na het besluit van de Algemene Vergadering het land te verdelen tot een massale vlucht aan. De toen oplaaiende schermutselingen tussen Joodse veiligheidsorganisaties, burgerwachten en benden en hun Arabische tegenstanders, mondden in 1948 uit in een gezamenlijke aanval van de legers van de omringende Arabische landen op de nieuwe staat. Toen de V.N. een wapenstilstand gelastte, de partijen daarmee instemden en de bestandslijnen Israëls grenzen werden, bevonden zich buiten die omgrenzingen groepen burgers op Arabisch gebied die op drift waren geraakt. Nog altijd wordt vinnig getwist over de vraag wie daarvoor verantwoordelijk is en dus verantwoordelijk voor het lot van al die honderdduizenden vluchtelingen. Van Israëlische zijde is te berde gebracht dat in Arabische radiouitzendingen werd aangespoord het terrein van de oorlogshandelingen te verlaten om pas terug te keren nadat het van de Joden gezuiverd was. Belangrijk vind ik deze discussie niet, want – mij dunkt – dat niet beslissend is welke radiozender of welke autoriteit tot de vlucht heeft aangezet. Zomin als de tienduizenden die in 1940 uit Nederland en België voor de Hitlerlegers uit naar Frankrijk wegvluchtten, hadden de Arabieren een dictaat of marsorder gekregen om hun biezen te pakken. Niet anders als die vluchtelingen in Europa gingen zij in doodsangst aan de haal voor het oorlogsgeweld. Verantwoordelijk voor hun lot is niet degene van wie een advies uitging, maar van wie het geweld uitging. Het is voor de óórlog dat de Arabieren vluchtten. Van wie in 1948 het initiatief tot de stijd is uitgegaan staat wel vast: niet de Israëli’s; het zijn de Arabische legers die de oorlogstoestand schiepen. Vast staat dat destijds de Engele BBC-omroep de secretaris-generaal van de Arabische Liga op een persconferentie in Caïro als volgt citeert: “Dit zal een uitroeiingsoorlog woden en een geweldige slachting, waarover gesproken zal worden als over de Mongoolse moordpartijen en de kruistochten.” Overdreven taal natuurlijk. Maar wat viel er voor de simpele Arabische bevolking anders uit op te maken dan dat een gruwelijke tijd aanbrak?
Uit beschrijvingen van BBC-correspondent Erskine Childers(11 ), die met de Arabieren sympathiseert, blijkt dat er toen 650.000 vluchtelingen waren, en dat is bepaald het maximum. De laagste schatting bedraagt 300.000. Dat betekent dat er aanvankelijk niet meer vluchtelingen waren dan er mensen wonen in een forse Nederlandse stad. In theorie zou het doodsimpel zijn geweest hen op te vangen
en elders onder te brengen, maar de praktijk lag anders. Het is grauwe theorie. Naar buiten toe voelen alle Arabieren zich broeders en zijn onderling solidair. Naar binnen toe ligt dat anders, want het weefsel van hun samenlevingen bestaat uit families, clans, stammen en enkele volken. Broeders van elders worden niet zomaar in deze structuren opgenomen. Dat geldt niet slechts voor de ontheemden uit Palestina. Zo zijn arme drommels uit Jemen bij hun welgestelde broeders in Koeweit welkom als gastarbeiders, maar meer ook niet. De Palestijnse vluchtelingen zijn dus niet geabsorbeerd in het omsluitende en dunbevolkte Arabische gemenebest. Ze zijn evenmin ten onder gegaan. Eerder hebben ze in de verstrooiing een duidelijker profiel ge- kregen. Toch komt hen, dat moet gezegd worden, een plaats toe in de Arabische wereld. Het is niet correct te beweren dat het de Israëli’s zijn die hun probleem hebben gecreëerd. Dat hebben de Arabieren zelf gedaan. Er ontstond ook een tegenstroom die geruisloos in Israël werd opgenomen. Toen op niet mis te verstane wijze was kenbaar gemaakt dat de Joodse gemeenschappen niet meer welkom waren in de Arabische gastlanden waar ze tot dan toe verblijf hielden, vluchtte een nog groter aantal dan de Palestijnse vluchtelingenstroom naar Israël toe. En dat aspect wordt meestal verzwegen.(12) Het kan ter begraving van de tuinmythe geen kwaad dit te bedenken: de gehele Arabisch- Islamitische bevolking telt 112 miljoen mensen. Dat is ruim genomen, indien het criterium Arabier grif wordt aanvaard voor mengvolken omdat ze op zo’n bijeenkomst als Chartoem vertegenwoordigd zijn. Deze menigte beschikt over 11,6 miljoen vierkante kilometer. Dat is een enorme uitgestrektheid – meer dan 280 maal de oppervlakte van Nederland en ruim 500 maal die van Israël. Op deze immense vlakte vragen nu twee en een half miljoen Joden, een 20% van het wereldjodendom, een stukje grond ter grootte van een postzegel. Een stofje zijn de Joden in de wereld. Op een speldeknopje ruimte menen zij recht te hebben…
Bron: http://christenenvoorisrael.nl/







Sorry, comments for this entry are closed at this time.